Nieuws
Perscommuniqués
Colloquium
Laatste 5 gegevensbanken
Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…
Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in PDF-formaat hieronder of in het kader 'PDF & downloads' rechtsbovenaan.
Het Federaal Planbureau publiceert de energievooruitzichten voor België tegen 2030. Verschillende problematieken werden grondig onderzocht: het energieverbruik en de bevoorradingszekerheid, het peil van de CO2-emissies en het Kyoto-protocol, de elektriciteitsproductie en de 'mix' fossiele, hernieuwbare en nucleaire energie en de groeiende transportsector. Bedoeling is de moeilijkheden die in het verschiet liggen, aan te stippen en een evaluatie te maken van gerichte acties die een oplossing kunnen aanreiken.
De studie is opgebouwd rond een basisscenario dat een samenhangend beeld geeft van de langetermijnevolutie van het Belgisch energiesysteem.
Volgens dat basisscenario zou het bruto binnenlands energieverbruik met 0,2 % per jaar stijgen tussen 2000 en 2030. Ten opzichte van het verleden gaat het hier om een vertraging: tussen 1970 en 2000 werd een jaarlijkse toename van 1,1 % opgetekend. De impact van de economische en demografische groei zou immers afgezwakt worden door structuurwijzigingen in de verwerkende nijverheid en door de ontwikkeling van de dienstensector. Bovendien zouden de technologische vooruitgang en de trendmatige stijging van de energieprijzen - in het bijzonder de aardgasprijs - die vertraging in de hand werken.
Het aardgasverbruik zou aanzienlijk toenemen tegen 2030 en zou 40 % van de totale primaire energievraag bedragen in 2020 en 2030 (tegenover 23 % in 2000). Dat vloeit vooral voort uit het groter aandeel van aardgas in de elektriciteitsproductie. Het aandeel van olie zou stabiel blijven op 40 %. Steenkool zou in eerste instantie verder achteruitgaan: 5 % in 2020 tegenover 14 % in 2000. Tussen 2020 en 2030 zou het steenkoolverbruik echter opnieuw terrein winnen en 16 % bedragen in 2030. De redenen hiervoor zijn terug te vinden in het feit dat er van kernenergie afgestapt wordt en dat de aardgasprijs stijgt. Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen (vooral windenergie) zou verdrievoudigen, maar hun aandeel in de totale primaire vraag zou zwak blijven: in 2000 bedroeg dat aandeel 1,3 %, in 2020 en 2030 is dat respectievelijk 3 % en 3,7 %.
Volgens het basisscenario zouden de CO2-emissies zich nagenoeg stabiliseren in de periode 2000-2015. Toch wordt er in de periode 2015-2030 een sterke stijging genoteerd (+ 38 % in 2030 ten opzichte van 1990), ondanks een lichte daling van het totale energieverbruik vanaf 2020. Die toename is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de transportsector en aan de ontwikkeling van de steenkoolcentrales in de elektriciteitssector naar aanleiding van de sluiting van de kerncentrales.
Naast een bespreking van de resultaten van het basisscenario, wordt in deze studie ook nagegaan wat de impact zou zijn van de recente of nieuwe beleidsmaatregelen. Die impact wordt gemeten ten opzichte van het basisscenario.
Hoewel de technologische vooruitgang, de betere energie-efficiëntie van de uitrustingen en de huidige beleidsmaatregelen de verdere ontwikkeling van de CO2-emissies afremmen, zouden ze die emissies niet kunnen terugbrengen naar het niveau dat in overeenstemming is met het Kyoto-protocol. Er zijn andere beleidsmaatregelen nodig om die doelstelling te bereiken.
Voor de post-Kyoto-periode kan, gelet op de evolutie van de emissies, enkel een combinatie van beleidsmaatregelen voor alle sectoren, alle economische actoren en alle energievormen, ervoor zorgen dat de CO2-emissies in België afnemen. De studie toont de beperkingen van hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling op lange termijn. Ze wijst ook op de beperkte draagwijdte van maatregelen die enkel gericht zijn op de herstructurering van transportmiddelen zonder in te werken op mobiliteit in het algemeen. Een wijziging in het kernenergiebeleid zou daarentegen een significante impact hebben op de CO2-emissies. Door die wijziging zou er echter opnieuw nagedacht moeten worden over de problematiek van de financiering van de investeringen en de problematiek van de veiligheid van de kerncentrales.
Verwante documenten
Beschikbare gegevens
Thema's
None
JEL
Keywords